Psychologie
Waarom niemand iets zegt als de baas het al gezegd heeft
Door Jerre Maas

In de jaren vijftig deed Solomon Asch een eenvoudig experiment. Proefpersonen zagen een lijn en moesten zeggen welke van drie andere lijnen even lang was. Een makkelijke vraag. Maar de andere mensen in de groep waren ingewijd en gaven bewust allemaal hetzelfde foute antwoord. Ongeveer driekwart van de echte deelnemers ging minstens één keer mee met de groep, tegen hun eigen waarneming in.
Twee dingen maakten veel verschil:
- Eén medestander. Als één ander wel het goede antwoord gaf, durfden mensen veel vaker hun eigen antwoord te geven.
- Anonimiteit. Als mensen hun antwoord niet hardop hoefden te zeggen, gingen ze minder vaak mee met de groep.
Wat dit betekent in een zaal
Hetzelfde zie ik bij brainstorms, werksessies en congressen. Als de directeur of een bekende spreker zijn mening al heeft gegeven, wordt het stil. Of iedereen knikt mee. Niet omdat ze het eens zijn, maar omdat afwijken ongemakkelijk voelt.
Wat ik eraan doe
- Eerst stemmen, dan praten. Laat iedereen eerst anoniem zijn mening geven, bijvoorbeeld via de smartphone, en toon dan de uitslag. Dan zie je wat de zaal echt vindt.
- Hiërarchie als laatste. Vraag leidinggevenden om pas te reageren als anderen aan het woord zijn geweest.
- Zoek de medestander. Als ik zie dat iemand twijfelt, vraag ik expliciet of iemand er anders over denkt. Eén afwijkende stem maakt het voor anderen makkelijker.
Dit is ook een van de redenen waarom we jaren geleden begonnen met tools waarmee een zaal anoniem kan stemmen en vragen stellen. Niet om de techniek, maar omdat je zo de echte mening van een groep boven tafel krijgt.
Gebaseerd op een artikel op PsyBlog.nl (2011). Herschreven in 2026. Bron: Asch (1956), Psychological Monographs.
Wil je dit toepassen op jouw event? Vertel me wat je van plan bent, dan denk ik mee.
